Home Oeratoom Materie De aarde Het heelal Evolutie De mens Het leven Meer voorspellingen
jalobo.nl
© Als je wat kopieert, wil je dan naar deze website verwijzen?
Konden mensen maar geloven dat er na het overlijden van een baby of een jong kind, dat zieltje heel erg goed terecht komt! Niet hun ziel, maar het kindje zelf gaat over naar gene zijde. Daar wordt het opgevangen door zeer liefdevolle en kundige leraren en onderwijzers en opgevoed. De onderstaande tekst komt uit deel 2 van Jakob Lorbers boek: “De geestelijke zon.”
Jakob Lorber: De Geestelijke Zon, deel 2, hfst 67:9-23 Citaat: “We zijn al in een afdeling, en wel de eerste. Merken jullie niet hoe het er wemelt van kleine leerlingen en tussen hen in vriendelijke en geduldige meesters en juffen? En zie hoe deze kindertjes voorzien zijn van de meest verschillende speeltjes in allerlei soorten en kleuren. Waarvoor hebben ze deze dan nodig? In de eerste plaats om in alle stilte begrippen te verzamelen in hun ziel, die hier eigenlijk hun wezen is. Hier horen we nog geen gepraat, maar laten we naar een tweede afdeling gaan. Kijk, hier lopen de kindertjes niet meer zo bont door elkaar, maar zitten op lange rijen zachte lage bankjes. Voor elke tien kindertjes zien we één leraar, die een voorwerp in de hand houdt, het een naam geeft en deze door de kindjes zo goed mogelijk en vrijwillig laat nazeggen. De voorwerpen zijn altijd zo gekozen, dat zij de aandacht van de kindjes trekken. Bovendien zien jullie ook, dat op de lange rijen banken steeds groepjes van tien kinderen onderling door scheidingswanden zijn afgeschermd. Dit is zo gedaan opdat bij het tonen van een voorwerp de aandacht van de volgende groep kindertjes niet verstoord wordt. In deze afdeling leren de kindertjes alleen maar eenvoudige voorwerpen benoemen. In de volgende afdeling worden ze al naar de benoeming van samengestelde begrippen geleid, waarbij namelijk het ene begrip als grondslag dient en in het andere de bestemming ligt. In de vierde afdeling leren ze al vanzelf de begrippen te verbinden en leren ze ook die woorden kennen waardoor handelingen en werkzaamheden, evenals toestanden, hoedanigheden en eigenschappen worden uitgedrukt. In de vijfde afdeling beginnen ze als het ware al een beetje te babbelen. Dit wordt bewerkstelligd doordat de leraren aanschouwelijk onderwijs geven door op speciale schoolborden allerlei voorwerpen te tonen en kleine theaterstukjes op te voeren, waarna ze zich door de kindertjes laten vertellen wat ze zojuist gezien hebben en wat er is gebeurd. In de zesde afdeling wordt deze tak van onderwijs al op een wat uitgebreidere en meer zinvolle manier voortgezet. Daar worden al wat grotere wandplaten getoond en toneelstukjes opgevoerd die betrekking hebben op de Heer; alleen wordt hier de kinderen daarover nog niets anders meegedeeld dan slechts het uiterlijke beeld en zij moeten dan weer in de daartoe bepaalde leertijd navertellen, wat zij hebben gezien. In de zevende afdeling, waar de kinderen al behoorlijk kunnen praten en hun bevattings-vermogen een merkbaar hogere graad heeft bereikt, worden al beduidend grote, op de Heer betrekking hebbende, geschiedkundige voorstellingen, niet slechts in de vorm van wandplaten, maar vooral dramatisch weergegeven, en dat gewoonlijk op een voor de kinderen zo aantrekkelijke manier dat zij er als het ware zo van onder de indruk raken, dat zij daardoor het gehoorde en geziene bewuster in zich opnemen. In de achtste afdeling laten de leraren de kinderen al zelf kleine stukjes opvoeren en laten zich dan weer vertellen wat door zo'n levendige voorstelling werd uitgebeeld. Daardoor worden de kindertjes op de doelmatigste manier tot zelfwerkzaamheid en zelfstandig denken aangezet. In de negende afdeling moeten de kindertjes al beginnen zelf nieuwe toneelstukjes te bedenken, natuurlijk onder leiding van hun wijze leraren en de bedenksels moeten zij dan ook uitbeelden, eerst zonder, daarna ook met woorden. In de tiende afdeling zullen we al een heleboel toneelspelers en toneel-schrijvers zien en hun taalgebruik zal zo goed ontwikkeld zijn, dat jullie moeten zeggen: waarlijk, zo goed kan menigeen op aarde niet spreken, ook al heeft hij een universiteit doorlopen. Men moet hier inderdaad zeggen: Als geest leert men vlugger dan in het materiële lichaam, dat niet zelden met grote zwakheden en onhandigheden behept is. Dat is zeker waar. Zou er op aarde ook eenzelfde leermethode gehanteerd worden, dan zouden de daar levende en opgroeiende kinderen eveneens onvergelijkbaar sneller het doel van hun geestelijke ontwikkeling bereiken dan op de manier waarbij het kind eerst met allerlei onzinnige zaken wordt volgestopt, die later bij de meer gedegen vorming eerst weer moeizaam afgeleerd moeten worden voordat het kind in staat zal zijn om iets beters op te nemen. Om jullie een voorbeeld ter verduidelijking te geven, wil ik jullie attent maken op iets dat jullie zelf al vaker hebben ondervonden. Stel je een kind voor dat muzikaal begaafd is; wat zou het in het vroegste stadium onder de juiste leiding kunnen presteren? Als men echter zo’n kind in plaats van aan een degelijke leraar aan een echte beunhaas toevertrouwt, die zelf in zekere zin overal meer verstand van heeft dan van datgene waarin hij onderwijs geeft en men de leerling bovendien een slecht instrument geeft dat ofwel weinig of helemaal geen toon heeft en bovendien voortdurend ontstemd is, alles onder het voorwendsel dat het voor het eerste begin goed genoeg is, zal er van zo'n begaafde leerling dan ooit iets terechtkomen? We zullen eens zien. Na drie onnodig verspilde jaren krijgt onze leerling eindelijk een wat betere leraar. Maar deze heeft minstens drie jaar nodig om alles wat de leerling tot dan toe verkeerd is aangeleerd, weer af te leren. Inmiddels zijn er zes jaren verstreken en onze leerling kan nog niets. Men wil nu de eerste fout goedmaken door de leerling meteen een uitstekende meester te geven om zo de muzikale ontwikkeling van het kind weer in goede banen te leiden. Deze meester heeft echter geen geduld en de leerling heeft er niet veel plezier meer in. Zo gaan er weer drie jaren voorbij en onze begaafde leerling is hooguit een zeer middelmatige knoeier geworden, terwijl hij met een juiste basisopleiding na de eerste drie jaren al iets bijzonders had kunnen presteren. Kijk, Zo gaat het met al het onderricht op aarde en daarom verloopt de vooruitgang in de ontwikkeling ook zo langzaam. Maar hier is alles uiterst doelmatig geregeld, waardoor iedere vorming ook met reuzenschreden vooruitgaat. Het vervolg zal ons nog prachtigere resultaten laten zien.” Einde citaat.

Opvoeding aan gene zijde

bergen
Site Navigation
jalobo.nl
© Als je wat kopieert, wil je dan naar deze website verwijzen?

Opvoeding

aan gene zijde

Konden mensen maar geloven dat er na het overlijden van een baby of een jong kind, dat zieltje heel erg goed terecht komt! Niet hun ziel, maar het kindje zelf gaat over naar gene zijde. Daar wordt het opgevangen door zeer liefdevolle en kundige leraren en onderwijzers en opgevoed. De onderstaande tekst komt uit deel 2 van Jakob Lorbers boek: “De geestelijke zon.”
Jakob Lorber: De Geestelijke Zon, deel 2, hfst 67:9-23 Citaat: “We zijn al in een afdeling, en wel de eerste. Merken jullie niet hoe het er wemelt van kleine leerlingen en tussen hen in vriendelijke en geduldige meesters en juffen? En zie hoe deze kindertjes voorzien zijn van de meest verschillende speeltjes in allerlei soorten en kleuren. Waarvoor hebben ze deze dan nodig? In de eerste plaats om in alle stilte begrippen te verzamelen in hun ziel, die hier eigenlijk hun wezen is. Hier horen we nog geen gepraat, maar laten we naar een tweede afdeling gaan. Kijk, hier lopen de kindertjes niet meer zo bont door elkaar, maar zitten op lange rijen zachte lage bankjes. Voor elke tien kindertjes zien we één leraar, die een voorwerp in de hand houdt, het een naam geeft en deze door de kindjes zo goed mogelijk en vrijwillig laat nazeggen. De voorwerpen zijn altijd zo gekozen, dat zij de aandacht van de kindjes trekken. Bovendien zien jullie ook, dat op de lange rijen banken steeds groepjes van tien kinderen onderling door scheidingswanden zijn afgeschermd. Dit is zo gedaan opdat bij het tonen van een voorwerp de aandacht van de volgende groep kindertjes niet verstoord wordt. In deze afdeling leren de kindertjes alleen maar eenvoudige voorwerpen benoemen. In de volgende afdeling worden ze al naar de benoeming van samengestelde begrippen geleid, waarbij namelijk het ene begrip als grondslag dient en in het andere de bestemming ligt. In de vierde afdeling leren ze al vanzelf de begrippen te verbinden en leren ze ook die woorden kennen waardoor handelingen en werkzaamheden, evenals toestanden, hoedanigheden en eigenschappen worden uitgedrukt. In de vijfde afdeling beginnen ze als het ware al een beetje te babbelen. Dit wordt bewerkstelligd doordat de leraren aanschouwelijk onderwijs geven door op speciale schoolborden allerlei voorwerpen te tonen en kleine theaterstukjes op te voeren, waarna ze zich door de kindertjes laten vertellen wat ze zojuist gezien hebben en wat er is gebeurd. In de zesde afdeling wordt deze tak van onderwijs al op een wat uitgebreidere en meer zinvolle manier voortgezet. Daar worden al wat grotere wandplaten getoond en toneelstukjes opgevoerd die betrekking hebben op de Heer; alleen wordt hier de kinderen daarover nog niets anders meegedeeld dan slechts het uiterlijke beeld en zij moeten dan weer in de daartoe bepaalde leertijd navertellen, wat zij hebben gezien. In de zevende afdeling, waar de kinderen al behoorlijk kunnen praten en hun bevattings-vermogen een merkbaar hogere graad heeft bereikt, worden al beduidend grote, op de Heer betrekking hebbende, geschiedkundige voorstellingen, niet slechts in de vorm van wandplaten, maar vooral dramatisch weergegeven, en dat gewoonlijk op een voor de kinderen zo aantrekkelijke manier dat zij er als het ware zo van onder de indruk raken, dat zij daardoor het gehoorde en geziene bewuster in zich opnemen. In de achtste afdeling laten de leraren de kinderen al zelf kleine stukjes opvoeren en laten zich dan weer vertellen wat door zo'n levendige voorstelling werd uitgebeeld. Daardoor worden de kindertjes op de doelmatigste manier tot zelfwerkzaamheid en zelfstandig denken aangezet. In de negende afdeling moeten de kindertjes al beginnen zelf nieuwe toneelstukjes te bedenken, natuurlijk onder leiding van hun wijze leraren en de bedenksels moeten zij dan ook uitbeelden, eerst zonder, daarna ook met woorden. In de tiende afdeling zullen we al een heleboel toneelspelers en toneel-schrijvers zien en hun taalgebruik zal zo goed ontwikkeld zijn, dat jullie moeten zeggen: waarlijk, zo goed kan menigeen op aarde niet spreken, ook al heeft hij een universiteit doorlopen. Men moet hier inderdaad zeggen: Als geest leert men vlugger dan in het materiële lichaam, dat niet zelden met grote zwakheden en onhandigheden behept is. Dat is zeker waar. Zou er op aarde ook eenzelfde leermethode gehanteerd worden, dan zouden de daar levende en opgroeiende kinderen eveneens onvergelijkbaar sneller het doel van hun geestelijke ontwikkeling bereiken dan op de manier waarbij het kind eerst met allerlei onzinnige zaken wordt volgestopt, die later bij de meer gedegen vorming eerst weer moeizaam afgeleerd moeten worden voordat het kind in staat zal zijn om iets beters op te nemen. Om jullie een voorbeeld ter verduidelijking te geven, wil ik jullie attent maken op iets dat jullie zelf al vaker hebben ondervonden. Stel je een kind voor dat muzikaal begaafd is; wat zou het in het vroegste stadium onder de juiste leiding kunnen presteren? Als men echter zo’n kind in plaats van aan een degelijke leraar aan een echte beunhaas toevertrouwt, die zelf in zekere zin overal meer verstand van heeft dan van datgene waarin hij onderwijs geeft en men de leerling bovendien een slecht instrument geeft dat ofwel weinig of helemaal geen toon heeft en bovendien voortdurend ontstemd is, alles onder het voorwendsel dat het voor het eerste begin goed genoeg is, zal er van zo'n begaafde leerling dan ooit iets terechtkomen? We zullen eens zien. Na drie onnodig verspilde jaren krijgt onze leerling eindelijk een wat betere leraar. Maar deze heeft minstens drie jaar nodig om alles wat de leerling tot dan toe verkeerd is aangeleerd, weer af te leren. Inmiddels zijn er zes jaren verstreken en onze leerling kan nog niets. Men wil nu de eerste fout goedmaken door de leerling meteen een uitstekende meester te geven om zo de muzikale ontwikkeling van het kind weer in goede banen te leiden. Deze meester heeft echter geen geduld en de leerling heeft er niet veel plezier meer in. Zo gaan er weer drie jaren voorbij en onze begaafde leerling is hooguit een zeer middelmatige knoeier geworden, terwijl hij met een juiste basisopleiding na de eerste drie jaren al iets bijzonders had kunnen presteren. Kijk, Zo gaat het met al het onderricht op aarde en daarom verloopt de vooruitgang in de ontwikkeling ook zo langzaam. Maar hier is alles uiterst doelmatig geregeld, waardoor iedere vorming ook met reuzenschreden vooruitgaat. Het vervolg zal ons nog prachtigere resultaten laten zien.” Einde citaat.