Home Oeratoom Materie De aarde Het heelal Evolutie De mens Het leven Meer voorspellingen
© Als je wat kopieert, wil je dan naar deze website verwijzen?
jalobo.nl

Een planeet met een maan of manen

Uit de werken van Jakob Lorber blijkt dat de kosmos uit een onvoorstelbaar groot aantal zonnen is opgebouwd. Hij onderscheidt daarbij vijf verschillende soorten zonnen. De kleinste zon is de planetaire zon waar omheen een of meer planeten, eventueel met een maan, draaien. Elke volgende zon is een miljoen maal groter dan de vorige en het aantal zonnen dat om die grotere zon draait, neemt telkens miljoenenvoudig toe.

De vijf soorten zonnen verschillen telkens een miljoen maal in grootte.

Het grootste type zon, is een oercentraal zon. De doorsnede van zo`n ster is volkomen onbegrijpelijk, want wie kan zich iets voorstellen bij een doorsnede van 10 36 km? Dit zijn zulke astronomisch grote getallen, dat die ons voorstellingsvermogen ver te boven gaan. De eerst volgende kleinere zon, noemt Lorber een zonne-Al-Al die een miljoen maal kleiner is dan een oercentraal zon. De daarop volgende zon, een zonne-Al, is weer een miljoen maal kleiner, en op zijn beurt is de gebiedszon eveneens een miljoen maal kleiner. Een planetaire zon, bijvoorbeeld onze zon, is in deze reeks de kleinste zon en die kan een doorsnede van 10 6  of 10 9 km hebben.

Elke oercentraalzon is de hoofdbron van licht in één hulsglobe

Een oercentraalzon van een hulsglobe is de centrale bron van licht in die hulsglobe. Het licht kaatst terug op de omhulling - de etherische wand - en verspreidt zich door de sfeer van de hulsglobe waardoor elke zon en planeet schittert alsof die zelf licht uitstraalt. Dit is het gevolg van het gegeven dat elke zon ook een soort van ‘huid’ - de etherische wand - heeft die het licht van de oercentraalzon weerkaatst. Zodoende bestaat het licht van een zon voor het grootste deel uit weerkaatst licht, maar elke zon voegt zijn ook zijn licht aan dat van de hulsglobe toe. Maar de hoofd lichtbron van alle triljarden zonnen in een en dezelfde hulsglobe, is de oercentraalzon.

Een hulsglobe leeft, net als al dat bestaat ook leeft.

Alle leven ademt, beweegt. Elke hulsglobe ademt, zoals ook het oeratoom ademt, of de mens en het dier ademt. Het ‘ademen’ van een hulsglobe is het uitzetten en weer krimpen van de totale globe. Het uitzetten van zo`n hulsglobe gaat in vergelijking met onze ademhaling echter ontzettend langzaam, maar het is wel zichtbaar en meetbaar. En dat het meetbaar is, blijkt uit wetenschappelijke waarnemingen. Want de wetenschap heeft de zogeheten roodverschuiving van vele sterren gemeten en daaruit de conclusie getrokken dat het heelal uitdijt. 

Schema van een hulsglobe

Een hulsglobe bestaat uit miljarden zonnen die allemaal op de een of andere manier om elkaar draaien. Er is een zeer duidelijke rangorde tussen de zonnen. De grootste zon, de oercentraalzon, is de zon waaromheen alle andere zonnen draaien. Maar de zonnen vormen groepen en clusters die in het schema zijn weer gegeven als cirkels. De allerkleinste cirkel is die van een planetaire zon, nummer 5 in de tekening hierboven. Nummer 4 is een zonne-gebied waaromheen al miljoenen zonnen wervelen. Het zonne-gebied waartoe onze zon behoort, is volgens Jakob Lorber de ster Sirius. In een periode van 28.000 jaar draait onze zon om Sirius. Op zijn beurt draait Sirius met zijn miljoenen zonnen om een nóg weer grotere zon, namelijk één van de klasse 3. Uiteraard is de werkelijke structuur van een hulsglobe vele malen complexer dan in dit schema is weergegeven.

Eén hulsglobe is één cel in het lichaam van de grote scheppingsmens

Jakob Lorber vertelt dat de astronomisch grote verzameling van hulsglobes, met elkaar het lichaam van de grote scheppingsmens vormen. Eén van die hulsglobes in de kleine teen van die onbegrijpelijk grote wereldmens bevat het zonnestelsel (nr. 5) waar onze planeet deel van uit maakt. Ook de grote scheppingsmens beweegt door de oneindigheid, en met hem alle hulsglobes en hun zonnen. De onvergelijkbaar hoge snelheid waarmee deze grote wereldmens zich door de ruimte verplaatst, is onvoorstelbaar veel groter dan die van de lichtsnelheid. Dat zou echter niet kunnen volgens de huidige wetenschappelijke opvattingen, maar iedereen zou in een flits in zijn gedachten naar de dwergplaneet pluto kunnen ´reizen´en hij is dan veel sneller daar, dan het licht dat er vele uren over doet.

De structuur van de kosmos

Sommige mensen vragen zich misschien wel eens af of er een eind aan het heelal komt. Zou er ergens een grens zijn en wat bevindt zich dan dáár achter? Ons beperkte, menselijke voorstellingsvermogen kan zich echter onmogelijk een beeld van de oneindigheid vormen. Maar Jakob Lorber heeft wel een helder en begrijpelijk beeld van de structuur van het heelal èn het ontstaan ervan gegeven. Zijn zienswijze is totaal anders dan die van wetenschappers, maar voor iedereen wel heel gemakkelijk te begrijpen, want de kosmos heeft de vorm van een menselijk lichaam. Bovendien geeft hij de redenen waarom dit zo is en met welk doel God de kosmos zo heeft geschapen.

Animatie van een hulsglobe die ‘ademt.’

 

hulsglobe
Schets van een hulsglobe
Het heelal
Site Navigation

De structuur van de

kosmos

Sommige mensen vragen zich misschien wel eens af of er een eind aan het heelal komt. Zou er ergens een grens zijn en wat bevindt zich dan dáár achter? Ons beperkte, menselijke voorstellingsvermogen kan zich echter onmogelijk een beeld van de oneindigheid vormen. Maar Jakob Lorber heeft wel een helder en begrijpelijk beeld van de structuur van het heelal èn het ontstaan ervan gegeven. Zijn zienswijze is totaal anders dan die van wetenschappers, maar voor iedereen wel heel gemakkelijk te begrijpen, want de kosmos heeft de vorm van een menselijk lichaam. Bovendien geeft hij de redenen waarom dit zo is en met welk doel God de kosmos zo heeft geschapen.

Een hulsglobe leeft, net als al dat

bestaat ook leeft.

Alle leven ademt, beweegt. Elke hulsglobe ademt, zoals ook het oeratoom ademt, of de mens en het dier ademt. Het ‘ademen’ van een hulsglobe is het uitzetten en weer krimpen van de totale globe. Het uitzetten van zo`n hulsglobe gaat in vergelijking met onze ademhaling echter ontzettend langzaam, maar het is wel zichtbaar en meetbaar. En dat het meetbaar is, blijkt uit wetenschappelijke waarnemingen. Want de wetenschap heeft de zogeheten roodverschuiving van vele sterren gemeten en daaruit de conclusie getrokken dat het heelal uitdijt. 

Schema van een hulsglobe

Een hulsglobe bestaat uit miljarden zonnen die allemaal op de een of andere manier om elkaar draaien. Er is een zeer duidelijke rangorde tussen de zonnen. De grootste zon, de oercentraalzon, is de zon waaromheen alle andere zonnen draaien. Maar de zonnen vormen groepen en clusters die in het schema zijn weer gegeven als cirkels. De allerkleinste cirkel is die van een planetaire zon, nummer 5 in de tekening hierboven. Nummer 4 is een zonne- gebied waaromheen al miljoenen zonnen wervelen. Het zonne- gebied waartoe onze zon behoort, is volgens Jakob Lorber de ster Sirius. In een periode van 28.000 jaar draait onze zon om Sirius. Op zijn beurt draait Sirius met zijn miljoenen zonnen om een nóg weer grotere zon, namelijk één van de klasse 3. Uiteraard is de werkelijke structuur van een hulsglobe vele malen complexer dan in dit schema is weergegeven.

Eén hulsglobe is één cel in het lichaam

van de grote scheppingsmens

Jakob Lorber vertelt dat de astronomisch grote verzameling van hulsglobes, met elkaar het lichaam van de grote scheppingsmens vormen. Eén van die hulsglobes in de kleine teen van die onbegrijpelijk grote wereldmens bevat het zonnestelsel (nr. 5) waar onze planeet deel van uit maakt. Ook de grote scheppingsmens beweegt door de oneindigheid, en met hem alle hulsglobes en hun zonnen. De onvergelijkbaar hoge snelheid waarmee deze grote wereldmens zich door de ruimte verplaatst, is onvoorstelbaar veel groter dan die van de lichtsnelheid. Dat zou echter niet kunnen volgens de huidige wetenschappelijke opvattingen, maar iedereen zou in een flits in zijn gedachten naar de dwergplaneet pluto kunnen ´reizen´en hij is dan veel sneller daar, dan het licht dat er vele uren over doet.

Een planeet met een maan of manen

Uit de werken van Jakob Lorber blijkt dat de kosmos uit een onvoorstelbaar groot aantal zonnen is opgebouwd. Hij onderscheidt daarbij vijf verschillende soorten zonnen. De kleinste zon is de planetaire zon waar omheen een of meer planeten, eventueel met een maan, draaien. Elke volgende zon is een miljoen maal groter dan de vorige en het aantal zonnen dat om die grotere zon draait, neemt telkens miljoenenvoudig toe.

De vijf soorten zonnen verschillen

telkens een miljoen maal in grootte.

Het grootste type zon, is een oercentraal zon. De doorsnede van zo`n ster is volkomen onbegrijpelijk, want wie kan zich iets voorstellen bij een doorsnede van 10 36 km? Dit zijn zulke astronomisch grote getallen, dat die ons voorstellingsvermogen ver te boven gaan. De eerst volgende kleinere zon, noemt Lorber een zonne-Al-Al die een miljoen maal kleiner is dan een oercentraal zon. De daarop volgende zon, een zonne-Al, is weer een miljoen maal kleiner, en op zijn beurt is de gebiedszon eveneens een miljoen maal kleiner. Een planetaire zon, bijvoorbeeld onze zon, is in deze reeks de kleinste zon en die kan een doorsnede van 10 6  of 10 9 km hebben.

Elke oercentraalzon is de hoofdbron

van licht in één hulsglobe

Een oercentraalzon van een hulsglobe is de centrale bron van licht in die hulsglobe. Het licht kaatst terug op de omhulling - de etherische wand - en verspreidt zich door de sfeer van de hulsglobe waardoor elke zon en planeet schittert alsof die zelf licht uitstraalt. Dit is het gevolg van het gegeven dat elke zon ook een soort van ‘huid’ - de etherische wand - heeft die het licht van de oercentraalzon weerkaatst. Zodoende bestaat het licht van een zon voor het grootste deel uit weerkaatst licht, maar elke zon voegt zijn ook zijn licht aan dat van de hulsglobe toe. Maar de hoofd lichtbron van alle triljarden zonnen in een en dezelfde hulsglobe, is de oercentraalzon.
© Als je wat kopieert, wil je dan naar deze website verwijzen?
jalobo.nl
hulsglobe
Schets van een hulsglobe